Voor gemeente Waadhoeke was het een mooie test: de asfaltverharding van drie wegen in het buitengebied én tegelijkertijd ervaring opdoen met Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Werken in het buitengebied is anders dan in de stad. Er zijn geen vaste laadpunten en afstanden zijn groot. Machines moeten vaak kilometers rijden tussen werkvakken, bedrijven en woningen. Juist daar wilde projectleider openbare ruimte Tjeerd Annema ontdekken wat er in de praktijk mogelijk is.
Beeld: © Gemeente Waadhoeke
"Wij hebben hier enorm veel kilometers weg in beheer," vertelt hij. "Vaak lange trajecten met weinig bermen en veel buitengebied. Dat maakt emissieloos werken net even anders dan in de stad", vertelt Tjeerd.
Niet alleen asfalt, maar ook communicatie
Bij de reconstructie van ruim drie kilometer asfaltverharding lag de focus niet alleen op het werk zelf. Nog voordat de aannemer begon, vroeg de gemeente om een communicatieplan. "We wilden weten: hoe gaan jullie bewoners en bedrijven meenemen? Hoe voorkom je klachten? We zijn vooraf langsgegaan om te horen waar de pijnpunten zaten." Volgens Annema hoort dat net zo goed bij een succesvol project als de technische uitvoering.
Beeld: © Gemeente Waadhoeke
Wat kan er al emissieloos?
Omdat Waadhoeke het SEB-convenant had ondertekend, werden aannemers gevraagd om een plan van aanpak voor emissiereductie op te stellen. "We zijn vooral het gesprek aangegaan. Wat kunnen jullie al? Wat is haalbaar? Ik vind het belangrijk dat je geen onrealistische eisen stelt. Voor mij is het einddoel niet alles elektrisch, maar de bewustwording dat we met elkaar meedenken over wat wel kan, en de mogelijkheid bieden om te investeren."
Dick de Vries, bedrijfsleider Oosterhof Holman Infra, bevestigt dat. "In het buitengebied lopen we soms tegen praktische grenzen aan, maar juist door goed samen te werken ontdek je wat wel kan. De bewustwording rond emissieloos bouwen is er zeker en die groeit met elk project."
Tijdens het project werden verschillende elektrische machines ingezet. Zo werden de bermen afgewerkt met een elektrische rupskraan, werd een elektrische wals gebruikt voor de fundering en draaiden ook elektrische trilplaten, handgereedschappen en voertuigen mee op het werk.
"Ik had stiekem op sommige onderdelen nog iets meer gehoopt," zegt Annema lachend. "Maar je merkt dat vooral transport nog een uitdaging is. We zitten hier niet midden in een stedelijk gebied."
Beeld: © Gemeente Waadhoeke
De uitdaging van lange afstanden
Juist de schaal van het Friese buitengebied zorgt voor praktische vraagstukken. Machines moeten grotere afstanden afleggen en dat vraagt veel van accu's.
"Als een mobiele kraan voor een kort klusje naar de asfaltploeg moet rijden, kost dat al behoorlijk wat energie. Dan moet je wel zeker weten dat je voldoende capaciteit hebt."
Om dat op te lossen werd gewerkt met verwisselbare accupakketten die elders konden worden opgeladen. "Dat werkt eigenlijk best goed. Alleen als er veel tijdsdruk ontstaat, wordt het spannender."
Gewoon beginnen
Voor andere gemeenten heeft Annema een duidelijke boodschap: wacht niet tot alles perfect geregeld is. "Ga in gesprek met aannemers en vraag wat ze kunnen. Je hoeft niet meteen volledig emissieloos te zijn."
Volgens hem zit de grootste winst voorlopig vooral in samenwerking en bewustwording. "Mijn einddoel is niet dat alles elektrisch wordt aanbesteed. Het gaat erom dat we samen kijken wat wél kan. Als opdrachtgevers die ruimte bieden, kunnen aannemers ook investeren en stappen zetten." En juist dat zag hij tijdens dit project gebeuren. "Begin gewoon met wat haalbaar is. Daar kom je uiteindelijk verder mee dan met ambities die niemand waar kan maken."