SEB organiseerde een reeks webinars waarbij het kostenaspect van emissieloos bouwen werd uitgelicht. We kijken op prachtige en inspirerende gesprekken terug met onze tafelpartners.
In dit artikel vind je de webinars op een rijtje. Ieder webinar kan je terugkijken. Of lees de veelgestelde vragen en antwoorden die tijdens het webinar aan bod kwamen.
Webinars terugkijken
- ‘Als opdrachtgever project voorbereiden met emissieloos bouwen’ | Kijk het webinar terug
- ‘Inschrijven op een aanbesteding met emissieloos bouwen’ | Kijk het webinar terug
- ‘Materieelstrategie voor emissieloos materieel’ | Kijk het webinar terug
- ‘Emissieloos bouwen in beleid en programmering’ | Kijk het webinar terug
Vragen tijdens webinar 1: Als opdrachtgever een project met emissieloos bouwen voorbereiden
Het onderbouwen van de inzet van emissieloos materieel kan in principe al vanaf het schetsontwerp. Hoewel er in dit stadium nog veel aannames en onzekerheden zijn, kan de materieelinzet al worden uitgesplitst op basis van activiteiten, productiegegevens en kostenopbouw. Naarmate het ontwerp gedetailleerder wordt, wordt ook de onderbouwing van de materieelinzet nauwkeuriger.
Om inzicht te hebben in de beschikbaarheid van emissieloos materieel kan vooraf een marktconsultatie worden georganiseerd waarbij de opdrachtgever aangeeft wat de ambities zijn in emissieloos bouwen en in welke mate de markt dit kan worden ingevuld door de markt. Voor veel komendematerieelstukken kan een organisatiebrede marktconsultatie worden georganiseerd om zo inzicht te hebben in de beschikbaarheid in brede zin.
In de aanbesteding wordt vervolgens een minimale inzet van emissieloos materieel geëist of wordt de markt uitgedaagd met behulp van een gunningscriterium zoals het EMVI-model SEB. In reguliere projecten. In reguliere projecten wordt de projectplanning in de meeste gevallen niet aangepast op de materieelinzet.
Bij complexe projecten of in bouwteams kan er wél worden besloten om de planning aan te passen om een hoger percentage emissieloos materieel mogelijk te maken.
De scoring in het model bestaat uit twee onderdelen:
- inzet van emissieloze werktuigen
- inzet van emissieloze transportmiddelen
De opdrachtgever bepaalt per project de weging voor de onderdelen (bijvoorbeeld 60-40 of 70-30), afhankelijk van waar de meesteduurzaamheidswinst te behalen is. De uiteindelijke score leidt tot een fictieve korting in de EMVI-beoordeling.
Belangrijk:
- De fictieve korting verlaagt niet de daadwerkelijke contractprijs.
- Het is puur een beoordelingsmechanisme om de economisch meest voordelige inschrijving te bepalen.
Subsidies zijn geen onderdeel van de aanbesteding; die worden door de opdrachtgever zelf verwerkt in de projectdekking.
Om te controleren op de inzet van emissieloos materieel zijn er verschillende methodes beschikbaar: dit varieert van controle op locatie tot het gebruik van data om het emissieloze materieel te tracken. In de handreiking ‘controle op naleving’ staat beschreven welke methodes er zijn, hoe deze in te zetten en waarop moet worden gelet.
Aannemers geven bovendien zelf aan dat zij controle belangrijk vinden, om een eerlijk speelveld te behouden en “valse beloftes” in de aanbesteding te voorkomen.
Vragen tijdens webinar 2: Inschrijven op een aanbesteding met emissieloos materieel
Voor het lichtere materieel (t/m 56 kW) is veel materieel beschikbaar, waardoor dit goed aansluit bij het ingroeimodel. Voor het zwaardere materieel (vanaf 56 kW) geldt dat voor de periode 2 een percentage van 10% van toepassing is en voor periode 3 is dit 30%. Dit sluit aan bij het idee om perspectief te bieden aan de markt, maar niet direct het uiterste willen eisen, omdat de markt nog niet zover is.
Een vast bedrag of percentage aan te koppelen is niet direct mogelijk, doordat verschillende aspecten een rol spelen, zoals inzetbaarheid, afschrijftermijn, restwaarde, etc. In algemene kan worden gezegd dat:
- Zwaar materieel nog aanzienlijke meerkosten heeft, vooral door hogere investeringsprijzen en complexere laadvoorzieningen.
- Licht materieel (minigravers, handgereedschap, knikmopsen) qua kosten steeds beter vergelijkbaar wordt met conventioneel.
- Onderhoudskosten bij elektrisch materieel lager zijn, maar reparaties aan elektrische componenten juist duur kunnen zijn.
- De totale kosten sterk projectafhankelijk blijven (duur van werk, laadvoorzieningen, energieprijs).
Aannemers met ervaring in de laadlogistiek horend bij emissieloos bouwen hebben een voordeel t.o.v. aannemers met minder of geen ervaring hierin. Dit komt onder meer doordat:
- Vaak wetend waar goedkope of bestaande laadmogelijkheden zijn;
- Door ervaring efficiënter kunnen plannen, waardoor minder piekvermogens benodigd zijn.
Deze voordelen kunnen zich vertalen in scherpere inschrijfprijzen of kwalitatief betere aanbiedingen.
Ja, dit is de Vermogenstool Bouw van ElaadNL. De tool is beschikbaar via de Vermogenstool Elaad.
Een percentage of bandbreedte is niet te geven, omdat de kosten niet eenduidig zijn te kwantificeren. Dit komt doordat:
- de kosten sterk afhangen van het type werk;
- het percentage emissieloos materieel dat wordt ingezet;
- de aanwezigheid van stroomaansluitingen;
- de projectduur en/of fasering;
- en of er piekbelasting met meerdere machines tegelijk optreedt.
Een exacte bandbreedte is dus projectafhankelijk.
De beschikbaarheid van emissieloos materieel is sterk afhankelijk van het type materieelstuk. Voor transport, asfaltspreiders en diverse grondverzetmachines is voldoende emissieloos materieel beschikbaar in de markt. Voor asfaltfreesmachines zijn emissieloze varianten nog schaars, mede door de zeer hoge vermogensbehoefte en technische complexiteit.
De verwachting is dat beschikbaarheid per categorie blijft groeien, maar in sommige segmenten (zoals frezen) duurt dat langer.
Vragen tijdens webinar 3: Strategie voor aanschaf en inzet van emissieloos materieel
Kleinere elektrische machines (mini‑graafmachines, kleine shovels, licht materieel), die door meerdere fabrikanten inmiddels als volledige 3e generatie fabrieksmachines worden geproduceerd.
In de categorie groter materieel (zwaardere bouwmachines) zijn vooral de Europese koploper‑OEM’s en diverse Chinese fabrikanten die al 3e generatie machines leveren. Deze machines komen direct af fabriek als elektrische variant, dus niet meer als ombouw (1e generatie) of fabrieksconversie (2e generatie)
De kosten voor het laden van materieel verschillen sterk per project en laadoplossing. In het webinar zijn indicatieve kosten genoemd voor verschillende laadoplossingen. De belangrijkste punten voor het berekenen van de kosten voor laden zijn:
- Vaste kosten (aanschaf of huur);
- Verbruikskosten (energieprijs, uitgedrukt in €/kWh);
- Logistieke kosten (zoals wisselen van accu’s of transport van batterijen).
Vragen tijdens webinar 4: Emissieloos bouwen in beleid bij de opdrachtgever
De netcongestie heeft onder meer een impact op de projecten die zich afspelen in landelijk gebied, zoals dijkversterkingen, omdat het veelal niet mogelijk is een nieuwe aansluiting aan te vragen. Hierdoor moet er worden gewerkt met mobiele laadoplossingen, wat extra kosten met zich meebrengt.
In stedelijk gebied is de netcongestie een minder probleem. Dit komt doordat het laden vooral ’s nachts gebeurt wanneer er weinig netbelasting is en het gaat ook vaak om minder zwaar materieel. De uitdaging zit vooral in het vinden van alternatieven als er geen nieuwe aansluiting beschikbaar is. Hierdoor moet men slim inzetten op het gebruik van bestaande aansluitingen.
Emissieloos bouwen is nog niet volledig emissievrij is wanneer de productie van materieel en accu’s, en inzet van grijze stroom worden meegerekend. Tegelijkertijd wordt de inzet van emissieloos materieel met deze kanttekeningen gezien als een tussenstap in de transitie:
- Laadstroom wordt steeds groener: meer dan 50% van de Nederlandse elektriciteit is al duurzaam opgewekt, en dit aandeel groeit nog altijd;
- Sommige opdrachtgevers eisen nu al laden met groene stroom;
- Nieuwe laadpleinen leveren soms op basis van 100% wind- en zonne-energie.
Nee, er is geen vast percentage te gebruiken. Dit komt onder meer door de volgende aspecten:
- De kosten zijn projectafhankelijk: vooral de energievoorziening (wel/geen aansluiting, afstand tot laadpunten) veroorzaakt grote verschillen;
- De manier van aanbesteden (eisen en/of gunningscriterium) zorgt er ook voor dat de inschrijfsom strategisch wordt bepaald en daardoor ook het aandeel emissieloos bouwen;
- Binnen raamovereenkomsten of programmatische aanpakken middelen kosten zich wel over meerdere projecten, maar dit levert nog steeds geen “vast” percentage op.
Ja, de verwachting is dat de meerkosten deels of geheel verdwijnen, zodra:
- Laden van emissieloos materieel minder problemen oplevert;
- Onderhoudskosten lager worden (zoals bij elektrische auto’s);
- Machines langer meegaan (dan nu het geval is);
- Dieselprijs door o.a. belastingen blijft stijgen.
De verwachting is dat er uiteindelijk zelfs minderkosten kunnen ontstaan: het is economisch interessanter om met emissieloos materieel te bouwen dan met conventioneel materieel.
Het is in theorie mogelijk om een materieelstuk over één project af te schrijven, omdat het materieel intensief wordt gebruikt (10 uur per dag, 5 à 6 dagen in de week) en over een lange periode worden ingezet ( 3 à 4 jaar).
Ja, het emissieloze materieel gaat zeker langer mee dan 3 jaar; vergelijkbaar met elektrische auto’s. Daarnaast kunnen de kosten ook lager worden door minder onderhoud, langere levensduur en lagere gebruikskosten.